Explosie na decompressie 2
Hoe ontstaat dit?
Dit verschijnsel ontstaat bij materialen die permeabel ( gasdoorlaatbaarheid ) zijn, dat wil zeggen dat andere stoffen ( gassen ) in het materiaal kunnen dringen. In onze situatie is dit het afdichtingsmateriaal.
Een afdichting dicht een medium, met hoge druk, af. Het medium kan een gas of een vloeistof met gas/lucht bellen zijn. Door de hoge druk dringt het gas in het materiaal van de afdichting (gasmoleculen zijn kleiner dan bijvoorbeeld de moleculen van een vloeistof). Zolang alles onder druk blijft is er niets aan de hand.
Valt de druk weg dan zal het gas, dat ingesloten zit in het afdichtingsmateriaal, decomprimeren. Bij langzame drukafbouw zal het gas weer uit het materiaal gaan via de normale weg. Als dit heel snel gaat dan kan het gas niet op de normale wijze ontsnappen en zal door de gasdruk het materiaal exploderen.
Hoe herkennen wij dit verschijnsel?
Er zijn twee mogelijkheden nl.:
- Er zijn stukjes materiaal uit de afdichting. De beschadiging ziet er uit als kleine kratertjes.
- De afdichting vertoont pukkels ( gasbellen )

Welke materialen?
Rubber/weefsel materialen zijn, vanwege het weefsel in het rubber, erg gevoelig voor explosie na decompressie. Het weefsel vormt kleine kanaaltjes.
|
|
|
| Materiaal | Temp. | Permeabiliteits-coëfficiënt |
|---|---|---|
| SBR |
25 | 12 |
| IIR |
25 | 7 |
| IIR |
150 | 240 |
| FPM |
25 | 13 |
| FPM |
80 |
130 |
| FPM |
150 | 490 |
| NBR |
25 | 8 |
| NBR |
80 | 66 |
| PUR |
25 |
4 |
| PUR |
80 | 34 |